Bij een treinbrand is het belangrijk dat de passagiers de trein tijdig en op een veilige wijze kunnen verlaten. Op zich is het al lastig voor passagiers – en hulpverleners – om bij een spoorwegincident op veilige wijze de trein te verlaten, omdat aanrijdgevaar altijd aanwezig kan zijn.
Het grootste probleem is echter een treinbrand in een tunnel of in een ondergronds station of bouwwerk. Omdat tunnels en ondergrondse bouwwerken bij brand in korte tijd gevuld kunnen zijn met rook(gassen) ontstaat vrijwel direct een gevaarlijke situatie voor de passagiers en het personeel van de trein. Ontvluchting en evacuatie moet daarom snel op gang komen en naar huidig inzicht binnen 10 à 15 minuten zijn voltooid om slachtoffers ten gevolge van rook en/of brand te voorkomen. Dat betekent dat de ontvluchting op grond van zelfredzaamheid en op aanwijzing van het treinpersoneel plaatsvindt.
Voor moeilijk bereikbare plaatsen en objecten worden (meer uitgebreide) bereikbaarheidskaarten opgesteld. In een aantal specifieke situaties worden logistieke plannen gemaakt voor het transport van gewonden: het zogenaamde ‘langstransport’ bij tunnels en andere moeilijk bereikbare objecten