Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Veiligstellen van de bovenleiding

Bij spoorwegincidentbestrijding is het voor de hulpverleningsdiensten van groot belang dat zij veilig kunnen werken. Specifieke gevaren voor het spoor zijn aanrijdgevaar – het risico dat hulpverleners, omstanders, reizigers en/of slachtoffers worden aangereden door een trein -  en elektrocutiegevaar – het gevaar om in aanraking te komen met de hoogspanning die op de bovenleiding staat of op onderdelen van de trein.

Om deze gevaren te voorkomen zijn sinds enige jaren specifieke procedures en protocollen opgesteld door ProRail in samenwerking met de hulpverleningdiensten. Deze procedures en protocollen zijn opgenomen in de Leidraad VTB, maar sinds het verschijnen hiervan in 2004 zijn zij ingrijpend verbeterd en aangepast.
Belangrijkste wijziging met de ingebruikname van de HSL-Zuid en Betuweroute sinds 2007 is dat voor deze spoorlijnen de bovenleidingspanning fors hoger is: 25.000 Volt wisselspanning (25 kV) in plaats van de 1800 Volt gelijkspanning bij het conventionele spoor (in dagelijks taalgebruik ook wel: 1500 Volt gelijkspanning). Wisselspanning is bovendien bij aanraking gevaarlijker dan gelijkspanning (zie 5c Rapporten en Publicatie: IVW-onderzoek “Dodelijk ongeval op het terrein van de HSL-Zuid”).

Om elektrocutiegevaar te vermijden is het voor de hulpverleningdiensten noodzakelijk om goed bekend te zijn met de mogelijke situaties. In principe zijn de volgende drie situaties mogelijk (zie paragraaf 2.6, pagina 9, van deel 1 Algemeen van onderstaande Richtlijn):

  • spoorbaan met bovenleidingspanning van 1800 Volt gelijkspanning;
  • spoorbaan met bovenleidingspanning van 25.000 Volt (25kV); 
  • parallelle of nabijgelegen spoorbaanvakken die zowel 1800 Volt gelijkspanning als 25 kV op de bovenleidingen voeren, zogenaamde ‘zonegebieden’.

Deze driedeling is echter principieel: tot 2007 kon men in Nederland uitgaan van één spanningsoort van 1800 Volt gelijkspanning (1500 Volt). De brandweer beschikte en (beschikt nu nog) daarvoor over een spanningstester en kon (kan) zelfstandig vaststellen of de bovenleiding en/of treinstel spanningsloos is. In de huidige situatie ligt dat meer complex.

'Veiligstellen van de bovenleiding' biedt de nieuwe Richtlijn van ProRail voor het veiligstellen van de bovenleiding. De vier documenten vormen functioneel één geheel. Zij vormen samen de Richtlijn RLN00222 “Veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kV bovenleiding”.

De Richtlijn RLN00222 bestaat uit vier delen met bijlagen en schema’s voor de mogelijke wijzen van melding/alarmering (3x).